Bij een hobbyboertje in het westerkwartier, liepen meerdere katten op het erf en in de schuren. Het boertje was erg op ze gesteld maar de dieren waren stuk voor stuk ziek, ondervoed en niet geholpen. Wat ieder voorjaar dus een explosie van zieke kittens betekende.
In overleg met de boer mochten we de katten vangen om ze te neutraliseren. Dat betekende dus een vangactie van 10 katten die allemaal wild waren. Gelukkig liep het gesmeerd en konden we ze de volgende dag allemaal naar de dierenarts brengen. Het grootste deel had niesziekte en moest dus aan de antibiotica. Terwijl ze onder narcose waren, verwijderde ik alle teken, zoveel mogelijk vlooien, en deed mijn best om hun oren eenigzins schoon te krijgen. Alles liep volgens plan, en ze zouden nog twee weken blijven om hun kuurtje af te maken en om wat aan te sterken.
Na een paar dagen kennis met ze te hebben gemaakt, heb ik de kooien open gezet. Ik hou daar niet zo van als het niet nodig is. Ze werden stukken vriendelijker en de meesten mocht ik aanraken. Uiteindelijk zijn ze drie weken gebleven,lekker vertroetelt. Maar ze moesten ook maar eens weer terug. Opnieuw alle dieren in gepakt.
Op de boerderij aan gekomen merkte ik dat de poezen hun vrijheid roken. Opeens was de liefde voor mij voorbij, en gingen ze er als hazen vandoor. Ze zijn weer net zo wild als daarvoor. Da's moeilijk te begrijpen. Als ik langs ga om ze te voeren, komen ze wel allemaal op me af, maar ze zullen zich nooit meer laten vangen!
Stank voor dank? Zo zie ik het niet. Het is overleven, vrijheid blijheid.